kinderen
Midas
berichtje van vorige week waarvan ik me afvraag of iemand het wel gezien heeft.
Op zwemles sta ik altijd op tijd met de handdoek klaar bij de douches. Ook vandaag weer. Opeens viel mijn oog op een kleuter in tranen. Hij zocht zijn vader en die was nergens te bekennen. Ik ging er maar eens op mijn hurken bij zitten.
Heb je al gezwommen?, vroeg ik. Geen antwoord, maar boven mij in veelvoud: Nee, dat zie je toch!.
Hoe heet je?, probeerde ik, maar wat hij snikte was niet te verstaan.
Nog een keer dus.
Mi-hi-das, kwam er nu uit.
En waarom zoek je je vader? probeerde ik.
Ik moet naar badje twee -snik- en ik weet niet waar badje twee is.
Ik weet geloof ik wel waar badje twee is
Hij hoorde het niet, keek alleen hulpeloos om zich heen waar zijn vader was.
Midas, heb je ook een achternaam? Als ik weet hoe je heet kan ik je vader zoeken.
Je moet vragen naar de vader van Midas, hoor ik om me heen. Ervaren moeders, zo te horen. Maar niet één die voor Midas op zoek ging.
Weet je wat, als de fluit gaat gaan we een JUF zoeken. Ik weet het niet precies, je vader weet het misschien ook niet, maar ik weet zeker dat de juffen het wel weten.
..maar hij was al weer weggelopen, een paar stappen maar verder wist hij het ook niet meer.
Opeens ging de fluit.
Midas, de zwemles begint, kom, dan gaan we een juf zoeken!
Dat leek te werken, hij kwam weer terug maar pakte mijn hand niet.
Kom, we gaan een juf zoeken, liep ik voor hem uit, en hij als een eendje achter me aan. Op een veilige afstand.
Bij het bad was hij weer omgekeerd toen ik gelukkig net bij juf Lizette was.
Juf Lizette, kijk eens, hier is Midas, en hij zoekt badje twee.
Nou Midas, kijk eens, daar is groep twee, en Lizette wees op een rijtje kleuters op de badrand.
Met een zucht van verlichting ging hij er naast zitten.
Even later kwam T. de douche uit. Weet je wat ik eigenlijk zo heerlijk vind van zwemles?, zei hij. Op school ben ik altijd het ukkie van de klas en hier ben ik de grootste.
kangoeroe
D. had vrijdag een wiskundewedstrijd, iets waarvan ik pas onlangs voor het eerst hoorde. Het is eigenlijk de voorronde voor de wiskunde-olympiade waar de echte talenten hun krachten meten op internationaal niveau. Het heet Wiskundekangoeroe, en de oorsprong ligt dan ook in Australië.
Er blijkt een website (KLIK) te bestaan waar de opgaven van eerdere jaren te vinden zijn, en dat is voor iedereen die houdt van intelligent puzzelen heel erg leuk. Je kunt beginnen op basisschoolniveau, en dat zou ik mijn lezers ook eigenlijk willen aanraden. Ik denk namelijk dat het hoogste niveau ook voor de dames en heren wiskundeleraren hier en daar lastig is.
Een ding wat me er erg in aanspreekt is de manier waarop met meerkeuzevragen wordt omgegaan. Een fout antwoord geeft namelijk strafpunten, dus het wapen van de dommerd (‘als je het niet weet vul je maar iets in, het kan altijd per ongeluk goed zijn’) werkt niet. Verder haat ik meerkeuzevragen, voor wie dat nog niet wist.
Het aardige van deze opgaven is, dat het erom gaat dat je vindingrijk bent, op verschillende manieren naar een probleem kunt kijken en niet met oogkleppen op aan het rekenen slaat. Slechts in uitzonderingsgevallen is rekenen nodig.
T. (van 11) heeft daarnet de handschoen opgepakt en de Kangoeroe van 2001 (voor groep 7 en 8 ) gemaakt. Hij was veel te gehaast, maar had veel opgaven goed, en bovendien had hij een flink aantal oplossingen waar ik zelf niet op was gekomen. Gelukkig was ik hem in een paar gevallen de baas. Nog wel.
Stelling van J.
J. is de oudste bij ons, hij is 14. Toen hij merkte dat ik het interessant vond dat zijn broer iets had ontdekt aan kwadraten en dingen die daar symmetrisch in de buurt liggen had hij ook een duit in het zakje:
Het verschil tussen twee opeenvolgende kwadraten wordt telkens 2 groter.
Of in een voorbeeld:
0 kwadraat = 0
1 kwadraat = 1, dus 1 meer
2 kwadraat = 4, dus 3 meer (2 hoger dan 1)
3 kwadraat = 9, dus 5 meer (2 hoger dan 3)
‘Dat heb ik eens ontdekt toen ik niet in slaap kon komen’.
Natuurlijk ben ik meteen naar het bewijs gaan zoeken. Het blijkt altijd op te gaan bij positieve getallen. Ook als je start met een breuk, en daar kan het nog wel eens handig voor zijn.
Je kunt het heel makkelijk visueel aantonen ook: een vierkant krijgt steeds een nieuwe schil om zich heen, en die moet telkens zowel horizontaal als vertikaal een extra stukje erbij hebben om te passen.
27 keer 37
T, onze kleinste, is 11 jaar.
Hij heeft een grote interesse in alles wat precies is.
Een paar maanden geleden zat hij te broeden en vroeg opeens of ik wist hoeveel 27 keer 37 was.
We bleken toen allebei een andere methode te hebben om tot de zelfde (mooie) uitkomst te komen.
Probeer het maar eens, maar wel uit je hoofd!
Gisteren had hij iets anders ontdekt, en dat leidt tot een derde methode die ik jullie niet wil onthouden.
Wat had T. ontdekt?
Zoek zelf de regelmaat:
6 keer 4 is minder dan 5 keer 5.
Hoeveel minder?
9 keer 11 is minder dan 10 keer 10.
Hoeveel minder?
7 keer 3 is minder dan 5 keer 5.
Hoeveel minder?
8 keer 12 is minder dan 10 keer 10.
Hoeveel minder?
8 keer 2 is minder dan 5 keer 5.
Hoeveel minder?
7 keer 13 is minder dan 10 keer 10.
Hoeveel minder?
Niet slecht voor een 11-jarige. Ik zelf was er nooit opgekomen.
Hee……
Dus hoeveel is 27 keer 37?
Nou, heel gewoon, 32 keer 32 min 5 keer 5
Meteen gaan T’s ogen glimmen: Ja, 1024 min 25, het klopt!
(ik kan het bewijzen, voor wie dat zelf lastig vindt en het niet vertrouwt).
blauw
Het is elf uur ‘s avonds als ik thuis kom van de repetitie. De tweede al deze week, want we zitten tegen een concert aan.
Twee prachtige blauwe ogen kijken me aan, ze zijn een beetje nat.
“Weet je, ik ben de laatste tijd vaak depressief, omdat je zo vaak weg bent.
Ik vind dat niet leuk, als je zo vaak weg bent”
Het komt er heel ernstig uit. En een tikje berustend. Niet theatraal, zoals ik van hem gewend ben.
Toegegeven, ik ben wat meer van huis geweest dan normaal. Naast de vaste repetitieavond nu en dan een avond cursus, en de laatste maand zelfs twee maal bijna een heel weekend. T. mist dan zijn zwemles, want daar ga ik altijd heen met hem.
T. vind het heerlijk als ik zijn rug poets als hij in bed kruipt, hij laat zich aaien als een poes en dan slaapt hij heel snel. Maar als ik het niet doe, dan ligt hij vaak zichzelf wakker te houden, en wild te woelen in zijn bed.
Ik heb hem gisteren laat dus lekker gepoetst en ondergestopt, en uitgelegd dat het binnenkort beter wordt. Want 16 en 17 december hebben we ons concert. Zondag hebben we nog een grote repetitie. Maar de week van kerstmis, kort daarna ben ik helemaal vrij.